Vos

Vossen komen tegenwoordig in heel Nederland voor, met uitzondering van de Waddeneilanden, maar dat is niet altijd zo geweest. Van oorsprong had de vos een voorkeur voor bos en duin en de intense bejaging – ook met gif en klemmen tot WOII – zorgde voor dat de vos moeilijk kon migreren naar andere gebieden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon de vos zich dan eindelijk verspreiden over de rest van Nederland. In 1969 werd het gebruik van gif en klemmen om de vos te bestrijden verboden en sindsdien heeft de vos zich over heel Nederland verspreid. In 2002 werd de vos beschermd verklaard. Maar door intensieve lobby van jagers en boeren werd de vos in 2006 op de zogenaamde ‘Landelijke Vrijstellingslijst’ geplaatst – waardoor deze in Nederland in het kader van schadebeheer – het hele jaar door bejaagd mag worden. 

foto: Zoogdieren en Vogelopvang De Toevlucht

In Luxemburg is het sinds 2015 verboden om op vossen te jagen. De jagerslobby voorspelde een explosie van de vossenpopulatie, maar daar blijkt helemaal geen sprake van te zijn.”

WANNEER NAAR DE OPVANG?

Volwassen vossen komen meestal in de opvang terecht wanneer zij slachtoffer zijn van een verkeersongeval zijn geworden. Bij niet al te grote fysieke verwondingen kan een vos in een gespecialiseerde zoogdierenopvang herstellen. 

Jonge vosjes komen om een tweetal redenen in de opvang terecht. Of één van de ouder dieren is om het leven gekomen door de jacht ofwel door een aanrijding. De verweesde vosjes die groot genoeg zijn om het hol te verlaten, kunnen dan en passant gevonden worden door wandelaars. Raak in geen geval een vos of vossenwelpje aan, laat dit aan een medewerker van een dierenambulance over. Vossen zijn roofdieren en kunnen hard bijten, ook de welpjes. Heeft u tóch een (dode) vos aangeraakt, was dan zeer goed uw handen. Sommige vossen zijn besmet met de vossenlintworm en een besmetting kan na lang sluimeren een gevaar voor uw gezondheid zijn. Rabiës komt al heel erg lang niet meer voor in Nederland en Vlaanderen, maar voorzichtigheid is altijd geboden. 

WANNEER DE OPVANG VRAGEN OM ADVIES

  • Als u twijfelt over een specifiek geval, bel dan altijd een wildopvangcentrum voor advies. 
  • Bel bij een aanrijding met een vos de dierenambulance. Rijdt niet door, dat is strafbaar. U kunt ook de politie bellen 0900-8844 zoals verplicht is bij aanrijdingen met groot wild. Attendeer de politie er op dat klein wild zoals vossen, dassen en andere marterachtigen, door de dierenambulance meegenomen mogen worden;
  • Als u één of meerdere jonge vosjes ziet, die niet terugdeinzen en er vermagerd en verwaarloosd uitzien;
  • Als u midden in de stad (dus niet de buitenwijken) een vos aantreft, bel de wildopvang en de dierenambulance voor advies.
  • Als u een vermagerde, schurftige of kreupele of anderszins hulpbehoevende vos aantreft op bijvoorbeeld een industrieterrein of havengebied. De dierenambulance kan in overleg met een wildopvangcentrum een vangkooi neerzetten. 

LEEFOMGEVING

Sinds ongeveer 1970 begon de vos een opmars door Nederland richting noorden en westen. Inmiddels worden vossen ook gezien in parken en in stedelijke omgeving zoals Amsterdam, Den Haag en Nijmegen. In de laatste twee decennia is het de vos gelukt om zich overal te vestigen en zich aan te passen aan de omgeving.

LEEFWIJZE

De vos is een bijna omnivoor, dat wil zeggen hij eet niet alleen zijn prooien (muizen, konijnen, hazen, vogels etc.) eet maar ook bramen, bessen, insecten, wormen, aas en afval. Vossen eten (liever) geen amfibieën of mollen of spitsmuizen. Vossen leven vooral in holen (al dan niet in een burcht van dassen) in tijden van de jongen, die rond maart geboren worden. De rest van de tijd verstoppen zij zich in de omgeving van hun territorium. Vossen leven paarsgewijs en voeden ook de jongen gezamenlijk op. De jonge vossen worden verjaagd uit het territorium van hun ouders in de eerste herfst of winter. Alleen in heel voedselrijke gebieden mogen één of meerdere dochters blijven in het ouderlijk territorium, maar die ‘mogen’ zich dan niet voortplanten. Maximum leeftijd is 9 jaar, maar ruim 80% sterft in het eerste jaar door het verkeer, jacht en stroperij, honden. Bij grotere dichtheden in de vossenpopulatie komt ook een deel om door honger, ziekte en gebrek.

WAT U KUNT DOEN

Allereerst is het van belang om vossen NIET te voeren. Voeren maakt vossen minder schuw en durven ze meer in de buurt van mensen te komen. Wanneer vossen eenmaal minder op hun hoede voor de mens zijn, zullen ze ook dichterbij komen waar mensen ‘hobbydieren’ houden. Wanneer er pluimvee of konijnen uit tuinen worden gedood, dan wordt de vos ’t haasje. Met een beroep op schadebeheer zal men er alles aan doen om de vos te bestrijden.

Heeft u zelf pluimvee of kleinvee als konijnen, zorg dat deze in een vosbestendig verblijf zitten. 

Heeft u eigen grond, verbied het jagers dan op uw grond te jagen met het geweer, valkooien of aardhonden. 

Delen = lief!