Wilde eend

Een jonge eend, ook wel pulletje of pijltje genaamd, in de opvang.

Wie kent de wilde eend niet? Hoewel het de meest bekende en wijdst verspreide eendensoort is, neemt de populatie al decennia af. Sinds 1990 zijn 30% minder eenden in Nederland. De oorzaak lijkt te liggen in het gebrek aan voedsel voor de jonge kuikens -ook wel pulletjes of pijltjes genaamd-. Er worden kortweg te weinig jonge eendjes groot. Door intensivering van de landbouw, de toename van stikstof en fosfaat en het gebruik van insecticiden en andere gewasbeschermingsmiddelen, zijn de insectenpopulaties met zo’n 75% afgenomen. Aangezien jonge eendjes veel proteïne nodig hebben en deze krijgen uit het eten van insecten, lijkt daar de link tussen de afname van opgroeiende eendenkuikens en de terugloop van de populatie te liggen.

Nederlandse jagers schieten per jaar zo’n vijftienduizend wilde eenden af. De wilde eend staat op de wildlijst en er mag al vanaf 15 augustus op geschoten worden. Een gotspe, nu bewezen is dat het slecht met de populatie gaat.

foto: Erik Kleyheeg

WANNEER NAAR DE OPVANG?

Wilde eenden komen vaak in vogelopvangcentrum terecht. Vanaf – bij uitzondering – de wintermaanden tot ver in de zomer komen verweesde jonge eendenkuikens in de opvang. Eenden zijn ook vaak slachtoffer van verkeersongevallen of rondslingerend vistuig. Daarnaast worden eenden vaak getroffen door botulisme.

  • Wanneer u verweesde jonge eendenkuikens aantreft;
  • Wanneer een eend is aangereden door een voertuig (ook al heeft het geen zichtbare verwondingen);
  • Wanneer een eend (gedeeltelijk) verlamd op de kant ligt of plat op het water ligt en lijkt te verdrinken (vermoedelijk botulisme);
  • Wanneer een eend verzwakt is;
  • Wanneer een eend een vishaak binnen heeft gekregen.
  • Als een eend verstrikt zit in (vis) draad.

WANNEER DE OPVANG VRAGEN OM ADVIES?

  • Als u een eend met kuikens in uw afgesloten tuin vind;
  • Als u een eend op eieren vind op bijvoorbeeld een bloempot op uw balkon;
  • Als u het overweegt om een eendje zelf groot te brengen (niet doen, en is verboden).

LEEFOMGEVING

Eenden zijn overal te vinden in de nabijheid van voedselrijk water. Van een vijver in het park, sloten rond landbouwgebieden of wateren in natuurgebieden.

LEEFWIJZE

Eenden vormen in de wintermaanden een paartje. In het voorjaar wordt er door vrijgezelle woerden flink gevochten om een vrouwtjeseend. Dat gaat er heftig aan toe: de woerden proberen elkaar te verjagen en kunnen zelfs een individu verdrinken. De vrouwelijke eenden worden belaagd door concurrerende mannetjes en ‘verkrachtingen’ komen zeker voor, met soms een dodelijke afloop. In het voorjaar worden de eerste eieren gelegd. Meestal broedt de moeder eend de kuikens uit, de woerd zwemt in de buurt en houdt de wacht. De kuikens in de eieren communiceren met elkaar met gepiep zodat ze ongeveer gelijk uitkomen. Als de eendenkuikens geboren zijn, zijn ze nog niet waterdicht. De moedereend smeert ze in met vet uit haar stuitklier zodat ze veilig kunnen zwemmen. Pas na enkele dagen kunnen de eendjes dat zelf. Eenden zijn voornamelijk planteneters, maar ze eten ook insecten, soms zelfs een visje of een kikker. Eenden in Nederland zijn zogenaamde ‘standvogels’ die het hele jaar door in ons land blijven. In de winter komen er wel ‘wintergasten’ bij, met name uit Scandinavië.

WAT U KUNT DOEN

Heeft u één of meerdere verweesde jonge eendjes gevonden, breng deze dan zo snel mogelijk naar een vogelopvangcentrum. Wildopvangcentra hebben de juiste faciliteiten om jonge eendjes op te laten groeien. Een warmtelamp en soortgenootjes zijn bijvoorbeeld onontbeerlijk, net zoals een goed dieet. Voer de eendjes niet zelf met brood, in de opvang krijgen ze speciaal watervogel-opfokvoer en eendenkroos, andijvie of sla. Of u nu de jonge eendjes zelf komt brengen (klik hier waar de dichtstbijzijnde wildopvang is) of dat u de dierenambulance belt, stop de eendjes in een doosje met een in een hand- of theedoek gewikkeld kruikje met warm (geen kokend!) water. Een kruikje is snel zelfgemaakt van een drinkflesje gevuld met warm water. Jonge eendjes kunnen hun temperatuur nog niet zelf reguleren en warm houden is daarom van het grootste belang. Ga niet zelf ‘dokteren’ met een jong eendje, want dat loopt zelden goed af en is bovendien bij wet verboden. Geef jonge eendjes nooit badwater, ze zijn zonder hun moeder niet waterdicht en kunnen daardoor verdrinken. 

Delen = lief!